09-08-2026

WORK IN PROGRESS : CONCLUSIES

DSC03843 (1)

Voor deze laatste sessie keerden we terug naar de hoofdthema’s van de cyclus: ruimtes, publiek, programmering, partnerschappen en de interne structuren van culturele organisaties. 

Met waardevolle bijdragen van de onderzoeksters Amal Miri en Jacinthe Mazzocchetti, van Annelies Baes en Émilie Frankinet (over werkgelegenheid), evenals van actrice Aminata Demba, artistiek directeur Cathy Min Jung en Serenella Martufi, oprichtster van Medeber Teatro.

Informations pratiques

@ Pilar

Organisé par RABKO & Africalia

logo-blanc-2

PROCÈS-VERBAL

 

JACINTHE MAZZOCCHETTI (UCLOUVAIN)

Studie Deuxième Scène, akten 3 en 4

Jacinthe Mazzocchetti presenteerde de resultaten van de studie Deuxième Scène, in opdracht van Écarlate la Cie. De studie richt zich op ongelijkheden binnen de podiumkunsten in de Fédération Wallonie-Bruxelles, met bijzondere aandacht voor de positie van vrouwen van kleur. De werkwijze is intersectioneel, geïnspireerd door het werk van juriste en professor Kimberlé Crenshaw.

De studie is gebaseerd op een kwalitatieve methode: 139 interviews (met artiesten, directies, studenten, docenten, enz.) afgenomen tussen 2020 en 2023 bij 6 scholen, 14 theaters, 8 gezelschappen, 5 culturele centra en via online platforms (Paye ton tournage, Paye ton rôle).

De resultaten zijn uitgewerkt rond drie pijlers:

  • De scholen, dit zijn plekken waar ongelijkheden worden gereproduceerd én waar mogelijkheden tot verandering ontstaan.
  • De kruising van machtsverhoudingen voor vrouwen en personen van kleur.
  • De instellingen, bekeken vanuit een intersectioneel perspectief.

Belangrijkste vaststellingen

1. Scholen: houden een witte, elitaire groepscultuur in stand

  • Toelatings- en succescriteria zijn gebaseerd op normen rond klasse, gender en ras. Zoals klassieke cultuur en ongeschreven regels (sociale, lichamelijke en op vlak van taal).
  • Studenten van kleur zijn een minderheid en moeten vaak over een stevige culturele en economische bagage beschikken om structurele drempels te compenseren.
  • Selectie- en opleidingsprocessen versterken de logica van opdeling, waarbij lichamen van kleur vaak worden gezien als “dragers” van vaststaande identiteiten of stereotiepe rollen.

2. Vrouwen en personen van kleur: opgesloten in verhalen en rollen

  • Vrouwen – en nog meer vrouwen van kleur – blijven beperkt tot ondergeschikte, stereotiepe of gehyperseksualiseerde rollen.
  • Racisme en seksisme zijn aanwezig, soms geïnternaliseerd: er is vaak een druk om de eigen afkomst te overdrijven, accenten of stereotypen te spelen.
  • De mentale belasting van deze discriminaties komt bovenop de structurele moeilijkheden van een al zeer competitieve sector.
  • De getuigenissen tonen aan dat het “universele” nog steeds wordt gedefinieerd door de valide witte man; andere verhalen worden als specifiek, marginaal of communautair beschouwd.

3. Werking van de instellingen

  • Selectiemechanismen (wedstrijden, castings, beurzen, subsidies, programmatie) zijn gebaseerd op sociale vooroordelen die zelden in vraag worden gesteld.
  • De spanning tussen “kwaliteit” en “diversiteit” wordt vaak aangehaald om de status quo te rechtvaardigen, alsof de aanwezigheid van vrouwen van kleur ingaat tegen artistieke eisen.
  • Deze schijnbare neutraliteit maskeert in werkelijkheid het voortbestaan van witte, mannelijke en klassengebonden normen.

Belangrijke hefbomen en kernaanbevelingen

  • Vorming van teams (pedagogisch, directie, programmatie) rond thema’s zoals racisme, seksisme, klassisme, validisme, enz.
  • Duidelijke gedragscodes, klachtenprocedures en duurzame statistische monitoring invoeren.
  • Veranderingen in posities van macht: bestuursorganen, programmatoren, jury’s, subsidiecommissies.
  • Kwalitatieve vertegenwoordiging bevorderen (welke rollen, onder welke voorwaarden), niet alleen een kwantitatieve aanwezigheid.
  • Collectieven, opkomende dynamieken en alternatieve ruimten ondersteunen.
  • Denken in termen van rechtvaardigheid, niet enkel diversiteit, via echt bindend overheidsbeleid (bijvoorbeeld: quota als tijdelijk instrument).
  • Praktijkgericht onderzoek ondersteunen, dat in deze sector nog te marginaal blijft.

AMAL MIRI (VUB, EMPACT VZW, NUFF SAID)

Onderzoek: “Blurring Ethnic and Cultural Boundaries – A Post-Migrant Analysis of Migrantized Artists and Cultural Producers in Flanders”

Amal Miri is onderzoekster aan de VUB (Brussels School of Governance) en doctor in gender- en diversiteitsstudies (Universiteit Gent). Ze werkt momenteel rond ongelijkheden en racisme in het hoger onderwijs, en is daarnaast actief in de culturele sector via twee organisaties:

  • Empact (voorheen Federatie van Marokkaanse Verenigingen), die meer dan 130 verenigingen uit 30 verschillende nationaliteiten in Vlaanderen ondersteunt.
  • Nuff Said, een maandelijkse avond met poëzie, humor, muziek en spoken word, zestien jaar geleden opgericht in Antwerpen om zichtbaarheid te geven aan artiesten van kleur die uitgesloten werden door de dominante culturele circuits. Vandaag wordt de vzw structureel ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap en geldt het als een voorbeeld van een inclusieve en diverse podiumwerking.

Kader van het onderzoek

Haar studie richt zich op “gemigrantiseerde” artiesten en cultuurwerkers in Vlaanderen – mensen die als afkomstig uit migratie worden gezien, ook al zijn ze in België geboren. Ze worden vaak aangeduid als “tweede” of “derde generatie”. De term “gemigrantiseerd” benadrukt hoe de samenleving ook generaties na de oorspronkelijke migratie nog steeds ‘anders-zijn’ blijft toeschrijven.

 

Doelstellingen: De logica van “rehumanisering” overstijgen – die erop gericht is te bewijzen dat personen van kleur evengoed in staat zijn kunst te maken – en in plaats daarvan hun volledige rol in het culturele landschap erkennen, als volwaardige makers én als pioniers die de normen van de sector herdefiniëren.

 

Theoretisch kader

  • Post-migratie: een denkkader dat migratie beschouwt als een structureel en blijvend gegeven in hedendaagse samenlevingen, niet als een tijdelijk fenomeen. Deze benadering stelt institutionele normen, structurele ongelijkheden, machtsverhoudingen en processen van racialisering ter discussie.
  • Deze benadering bekritiseert integratieverhalen die de verantwoordelijkheid leggen bij gemarginaliseerde groepen in plaats van bij de instellingen zelf.
  • Amal gebruikt daarnaast het concept van porositeit van grenzen (etnisch, cultureel, sociaal) om te analyseren hoe kunstenaars deze grenzen verleggen of herdefiniëren via hun praktijk.

Werkwijze

  • 15 kwalitatieve interviews met geracialiseerde kunstenaars en cultuurproducenten, voornamelijk van de tweede en derde generatie, en soms ook met mensen die recent zijn aangekomen.
  • Gevarieerde profielen (stand-up, poëzie, theater, film, hedendaagse kunst), met aandacht voor diversiteit in leeftijd, gender, afkomst en sociaaleconomische status.

Belangrijkste resultaten: drie transversale dynamieken

  1. Identiteitsvorming
    Kunst helpt om een identiteit te creëren in een omgeving die deze niet altijd erkent. Een schrijfster vertelt hoe ze lange tijd dacht dat het schrijverschap een onbereikbare droom was, omdat er geen rolmodellen waren waarin ze zich kon herkennen. Pas na de dood van haar vader durfde ze eraan te beginnen, zich bewust van de urgentie om haar aspiraties te volgen.
  2. Verzet tegen dominante normen
    Sommige kunstenaars gebruiken hun kunst als vorm van verzet. Zo vertelt een jonge filmmaker dat hij stereotypen wil doorbreken die wijdverspreid zijn in de Vlaamse cinema, waar heldenrollen en positieve vertegenwoordiging nog steeds overwegend wit zijn. Tegelijk voelt hij een spanning: het verlangen om niet gereduceerd te worden tot het vertellen van verhalen die enkel over zijn afkomst gaan.
  3. Individuele en collectieve empowerment
    Eigen ruimtes en platformen creëren wordt een hefboom voor macht. Zo is Nuff Said opgezet als alternatief omdat artiesten van kleur systematisch afwezig waren op de institutionele podia. Die aanpak zorgt niet alleen voor persoonlijke emancipatie, maar maakt ook andere artiesten zichtbaar.

Een vage grens tussen deze drie dynamieken

Deze drie dynamieken zijn niet statisch, maar evolueren met de tijd. Eén en dezelfde persoon kan bewegen tussen een houding van verzet tegen de dominante normen en een project gericht op empowerment, afhankelijk van het moment in zijn of haar carrière. Deze dynamieken overlappen, raken met elkaar verweven en transformeren voortdurend.

Solidariteit en frictie

Eén element komt sterk naar voren: de solidariteit binnen gemeenschappen van artiesten van kleur. Amal noemt bijvoorbeeld een producent die vluchteling is en zijn kennis over subsidiedossiers inzet om andere kunstenaars te helpen aanspraak te kunnen maken op financiering. Een ander voorbeeld: een producent die vijftien jaar geleden een toen nog onbekende comedian aanspoorde om het podium op te gaan… Vandaag is die comedian een van de bekendste van België. Zulke verhalen onderstrepen hoe belangrijk het is dat er ook personen van kleur aanwezig zijn in besluitvormende en machtige posities binnen culturele instellingen.

Maar solidariteit sluit het ontstaan van fricties niet uit. Amal verwijst naar het boek van de Vlaamse auteur Ish Ait Hamou, De theorie van de een of twee, waarin hij het mechanisme van structurele uitsluiting analyseert. Hij beschrijft hoe het in een samenleving die wordt gekenmerkt door systemisch racisme altijd lijkt alsof er maar plaats is voor één of twee geracialiseerde personen die in een bepaald domein succesvol kunnen zijn. Deze realiteit wekt een gevoel van gedwongen competitie op tussen artiesten van kleur, gevoed door de schaarste aan kansen, waardoor pijn en jaloezie ontstaan, zelfs tussen gelijkgestemden.

Conclusie

De vaststelling is tweeledig: er bestaat een veelheid aan trajecten, strategieën en stemmen, en er zijn positieve ontwikkelingen gaande. Artiesten en producenten van kleur winnen geleidelijk aan terrein, maar het blijft een weg vol obstakels, waarin zowel mooie vormen van solidariteit als structurele fricties aanwezig zijn, zolang de instellingen blijven functioneren volgens een logica van systematische uitsluiting.

ÉMILIE FRANKINET (BRUXEO)

— Juridisch- en beleidskader rond diversiteit en inclusie in Brussel 

Émilie Frankinet werpt licht op het juridische kader en het overheidsbeleid inzake diversiteit en inclusie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze benadrukt meteen dat deze begrippen, die vaak bekritiseerd worden om hun vage of depolitiserende karakter, toch ingebed zijn in een concrete juridische, politieke en sociale strijd.

Brussel beschikt over een van de meest uitgebreide kaders in Europa. Dit bouwt voort op een historische evolutie die vertrekt vanuit een pluralistisch model, verankerd in de Belgische geschiedenis (de erkenning van levensbeschouwelijke zuilen en taalgemeenschappen), en uitmondt in een systeem dat vandaag draait rond het Brussels Gelijkheidswetboek, dat in 2023 in werking trad. Dit wetboek bundelt 24 wettelijke teksten.

Het beschermt 35 criteria, waaronder 14 die verband houden met gender (genderidentiteit, genderexpressie, ouderschap, enz.), maar ook zogenoemde “raciale criteria” (huidskleur, etnische afkomst, nationaliteit, afstamming), die tot de meest aangeklaagde vormen van discriminatie behoren (42% van de gevallen geregistreerd door Unia in 2021).

Het Wetboek maakt onder meer mogelijk om:

  • Indirecte discriminatie gebaseerd op foute associaties te erkennen 
  • Klokkenluiders en getuigen te beschermen tegen represailles;
  • Bindende protocollen te gebruiken (testen, inspecties, inbeslagnames) in geval van discriminatie;
  • Overheidsinstanties te verplichten tot een diversiteitsplan, inclusief monitoring van HR-processen (toegang tot werk, mobiliteit, taakverdeling, enz.).

Émilie wijst ook op het bestaan van drie Brusselse adviesraden — voor gendergelijkheid, handicap en de bestrijding van racisme — waarin sociale partners, verenigingen en academici zetelen, en die adviezen formuleren over het overheidsbeleid.

Toch staat dit kader momenteel onder druk. Verschillende signalen tonen dat aan: Vlaanderen stapte in 2023 uit Unia, de Raad voor Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen ligt onder vuur en wordt doorgelicht, en er bestaan politieke plannen om de drie raden samen te voegen tot één enkele raad, met het risico dat specifieke thema’s verwateren. Bovendien krijgt de diversiteitsdienst van Actiris momenteel zware budgettaire besparingen opgelegd, waardoor de continuïteit van haar acties (waaronder de cofinanciering van diversiteitsplannen voor bedrijven) bedreigd wordt.

Conclusie

Hoewel het woord “diversiteit” soms gedateerd of uitgehold lijkt, blijven de bijbehorende maatregelen concrete en essentiële instrumenten in de strijd tegen structurele discriminatie. De huidige vraagstelling over deze kaders roept de fundamentele vraag op naar het type samenleving waar Brussel naartoe wil.

ANNELIES BAES (ACTIRIS)

—- Tools om je organisatie te ondersteunen

Annelies Baes presenteert de acties van Actiris op het vlak van diversiteit en inclusie bij Brusselse werkgevers. De rol van Actiris is organisaties te begeleiden bij het opzetten van inclusief beleid, via één belangrijke tool: het Diversiteitsplan, dat samen met elke organisatie op maat wordt ontwikkeld.

Werking van het Diversiteitsplan

  • Gratis en op maat gemaakte begeleiding voor werkgevers met een vestiging in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  • Start met een participatieve diagnose, uitgevoerd met een interne werkgroep waarin zowel management als operationele functies vertegenwoordigd zijn.
  • Kwantitatieve en kwalitatieve analyse, waarbij verschillende criteria worden gekruist: afkomst, gender, leeftijd, handicap, opleidingsniveau.

Er wordt gewerkt rond drie pijlers

  • Rekrutering (opmaak van vacatures, selectiecriteria, rekruteringspraktijken).
  • Human Resources (interne processen, loopbaanontwikkeling).
  • Interne en externe communicatie, met aandacht voor het vermijden van diversity washing (enkel zichtbare acties zonder reële impact).

Mogelijke plannen

  • Globaal plan: co-financiering tot €10.000 en mogelijkheid tot het Diversiteitslabel.
  • Mini-plan: subsidie tot €5.000, gericht op een specifiek aandachtspunt, zonder label.

Ontwikkelende tools

  • Discrino: een tool om discriminerende vragen van werkgevers te beheren, de onderliggende drempels te begrijpen, eigen vooroordelen te bevragen en te leren argumenteren zonder de dialoog te verbreken.
  • Inclusio: een toolbox voor inclusief management, met een combinatie van webinars, fysieke workshops en een beslissingsfilter om probleemsituaties te analyseren en duurzame (in plaats van individuele of eenmalige) oplossingen te implementeren.

Deze tools worden momenteel geüpdatet en zullen tegen 2026 beschikbaar zijn voor alle werkgevers.

 

Mocht je het evenement gemist hebben, aarzel dan niet om contact op te nemen voor meer informatie (keisha@rabbko.be)