Nieuws

Kritiek op de Vlaamse projectsubsidies

Op 15 juli 2019 maakte Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz de beslissing over de tweede ronde projectsubsidies en beurzen bekend. Van de 520 dossiers die kunstenaars en kunstenorganisaties indienden, kregen er slechts 90 een subsidie toegekend. 41 dossiers ontvangen ondanks een ‘zeer goede’ beoordeling geen subsidie. 

Overleg Kunstenorganisaties (oKo) wijst terecht op een historisch dieptepunt: de slaagkans van ingediende dossiers is op tien jaar tijd gedaald van 54% naar slechts 17%. 

De beslissing van 15 juli brengt grote schade aan. Kunnen professionele kunstenaars en kunstenorganisaties niet langer vertrouwen op de rol van de Vlaamse overheid als hun eerste en voornaamste ondersteuner?

Het grootste raadsel bij deze tweede subsidieronde blijft de vraag waarom sommige ‘zeer goede’ dossiers wel beloond werden en andere niet. Het is al jaren een onlogische gewoonte dat projecten die een 'voldoende' of 'goede' beoordeling krijgen, niet op subsidies kunnen rekenen. De sector vraagt zich dan ook luidop af op welke manier die selectie tussen verschillende 'zeer goede' dossiers gebeurt. Bij Rekto:Verso ging Wouter Hillaert op zoek naar de zin en de onzin van de nieuwe manier van beoordelen. 

Natuurlijk kan geen enkel beoordelingsproces pure wiskunde zijn – waarom het dan daartoe willen vernauwen? – maar deze selectie van 90 gelukkigen leest eerder als ‘aselect’: willekeurig. Was het draaiboek wel gevolgd, dan zou de streep in de integrale lijst ergens onder de 87% getrokken zijn.

‘We zijn vreselijk beginnen prutsen,’ vertelde commissievoorzitter Tijl Bossuyt aan Rekto:Verso. ‘Het toegepaste systeem is unfair, er zitten fouten in, de percentages werken niet. Waarom is één zeer goed dossier 95% waard en een ander 96%? Net die drang naar objectivering maakt het hele beoordelingssysteem kwetsbaar voor favoritisme. Het is aan alle kanten ontspoord. Het brengt geen coherent verhaal meer.’


Persoverzicht

Artistieke & culturele sector Beleid