Documentatie

VGC & RAB/BKO | Verslag focusmoment visienota kunsten

Op 4 december organiseerden RAB/BKO en VGC-collegelid Pascal Smet, bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Gemeenschapscentra, samen een focusmoment rond de visienota kunsten van de Vlaamse minister van cultuur. Daar is nu een verslag van beschikbaar.

Het doel van de voormiddag was om bij de kunsten- en cultuursector aanbevelingen te verzamelen over de visienota kunsten van de Vlaamse minister van cultuur.

We delen hieronder het verslag van de rondetafelgesprekken. Die vonden plaats rond zeven verschillende thema's:

  1. Intercultureel en internationaal kunstenlandschap
  2. Talentontwikkeling
  3. Technologie en ecologie in de kunsten
  4. Kunstenaarsloopbaan
  5. Grote en kleine organisaties in het Brussels netwerk
  6. Ruimte en huisvesting voor kunsten
  7. Publiekswerking

Tafel 1: intercultureel en internationaal kunstenlandschap

  • Internationaal en intercultureel: hoewel dit verschillende termen met eigen implicaties zijn, kan je in de Brusselse context moeilijk praten over internationalisering, zonder te praten over diversiteit.
  • Brussel is de vitrine naar de wereld voor de ‘Vlaamse’ en Brusselse kunsten. Dit is vitaal en moet ook zo gevaloriseerd worden.
  • Werken met een internationaal en divers publiek komt niet zonder uitdagingen voor de betrokken organisaties. In essentie stellen we vast dat het personeel meestal geen weerspiegeling vormt van het internationaal en divers Brussels publiek. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat er meer drempels zijn bij de benaderbaarheid van de organisaties. Zo zorgt een divers en internationaal team ervoor dat bepaalde groepen gemakkelijker toenadering zullen zoeken naar Nederlandstalige kunstenorganisaties.
  • In dit gesprek dekt de term diversiteit naast afkomst o.m. meertaligheid, LGBTQ, mensen met beperkingen (rolstoelgebruikers, slechtzienden, enz.) en verschillen in sociale klasse.
  • Met betrekking tot bovenvermelde interpretatie van diversiteit kwam de suggestie om subsidies te koppelen aan diversifiëring van raden van bestuur.
  • Er werd tenslotte gevraagd om meer steun, specifiek voor vertalingen en communicatie. Omdat werken in verschillende talen een enorme kost met zich meebrengt neemt dit meestal een enorm deel van het beschikbare budget op.

Tafel 2: talentontwikkeling

  • Vooral bij beginnende kunstenaars is er nood aan artistieke ontwikkeling via coaching. Zo werd er gedacht aan rolmodellen in de kunstensector, maar ook aan experten uit andere sectoren die inzichten kunnen bieden op bepaalde administratieve en praktische aspecten gebonden aan het kunstenaarschap. Hierbij denken we o.m. aan het schrijven van subsidieaanvragen, het kennen van juridische elementen en het op de hoogte zijn van reglementen. 
  • De ontwikkeling van talent in de kunsten gaat vaak gepaard met sector-overschrijdend werk. Daarom werd het aanmoedigen van kruisbestuivingen benadrukt (i.e. cultuur, school, jeugdwerk, etc.). 
  • Een belangrijk knelpunt in de Brusselse context is de aanwezigheid van laagdrempelige toonplekken.

Tafel 3: technologie en ecologie in de kunsten

  • In het kader van de huidige ecologische crisis en de simultane vooruitgang van technologische ontwikkelingen is er een opportuniteit voor kunstenaars om beide terreinen verder te ontdekken. Hierbij houden we rekening met de blijvende nood aan sensibilisering rond ecologie en het nadenken over potentiële technologische oplossingen vanuit een artistiek perspectief. 
  • Een interessant gegeven hierbij is het gebruik van onder meer workshops. In specifieke gevallen kunnen deze een unieke gelegenheid bieden aan kunstenaars om in contact te komen met deze thema’s en om er concreet mee te kunnen werken door nieuwe technologie te doorgronden. 
  • Het belang van duurzaamheid moet blijvend worden benadrukt, zowel vanuit een technologisch als een ecologisch perspectief. 
  • Concreet werd er vooral gedacht aan het vrij delen van informatie en kennis hierrond via een platform.

Tafel 4: kunstenaarsloopbaan

  • Projectsubsidies worden gezien als een van de belangrijkste elementen in het ondersteunen van kunstenaars doorheen hun loopbaan. 
  • Er is een duidelijke vraag naar meer infomomenten voor kunstenaars. Zo werd er tevens gedacht aan een startersloket dat in dienst zou staan voor kennisdeling op maat van Brussel. 
  • Met betrekking tot de betaling van artiesten werd het voorbereidend werk naar aanloop van het eindresultaat benadrukt. Hier wordt vaak weinig tot geen rekening mee gehouden bij financiering. Op dit vlak is het systeem van de trajectsubsidies praktisch omdat dit wel rekening houdt met de opbouw van een artistieke ontwikkeling. 
  • We stellen vast dat er een vraag is naar een soort assistentiebudget voor hulp bij de organisatie van een kunstenaarspraktijk. 
  • Er is nood aan meer laagdrempelige kunstenwerkplaatsen. Dit is een cruciaal element voor kunstenaars in hun loopbaanontwikkeling. Niet alleen omwille van het beschikbaar materiaal, maar ook omwille van het netwerk dat opgebouwd word in een dergelijke omgeving. 
  • Er is een serieuze nood aan bewustzijn rond en implementatie van een fair art practice. Het is cruciaal dat de overheid hierrond werkt en ook platformen steunt die hiermee reeds bezig zijn.

Tafel 5: grote en kleine organisaties in het brussels netwerk

  • Brussel heeft  een fijnmazig netwerk dat zowel uit vele grote, maar ook talloze kleine kunstenorganisaties bestaat. Hierbij is het cruciaal om de groeifactoren achter de kleinere organisaties te stimuleren. Er blijkt immers nog veel afstand te zitten tussen organisaties zoals Wiels of KVS en de verschillende kunstenwerkplaatsen die Brussel te bieden heeft. 
  • Er is een duidelijke nood aan meer platforms die uitwisseling tussen alle actoren (kunstenaars, instellingen, werkplaatsen) op verschillende niveaus (bijeenkomsten/individuele contacten) kan faciliteren. 
  • Brussel heeft een unieke labo-functie waarin kunstenaars kunnen experimenteren. 
  • We zien een steeds stijgende  vraag naar meer witruimte in kunsteninstellingen. Hierbij doelt men op de vraag naar opportuniteiten om ad hoc ideeën en experimenten spontaner te kunnen organiseren. 
  • Er is een duidelijke nood aan ondersteuning tussen grote en kleine kunstenorganisaties. Een versterking van de onderlinge solidariteit is een duidelijke aandachtspunt. 
  • Pleidooi voor een evenwichtig artistiek ecosysteem.

Tafel 6: ruimte en huisvesting voor kunsten

  • Er is vandaag een groeiende nood aan kunstenwerkplaatsen (i.e. ateliers en residenties). Hieraan gekoppeld is er een duidelijke vraag naar een beheersplan zodat deze ruimtes een omkadering kunnen bieden aan kunstenaars (i.e. faciliteiten, veiligheid en warmte/sanitair). 
  • Overheid moet tijdelijk gebruik verder ondersteunen en een duidelijk beleid ontwikkelen om expertise op te bouwen. 
  • In het vraagstuk rond gentrificatie en kunstenaarsresidenties moet er serieus worden nagedacht over hoe kunstenaars en andere actieve actoren kunnen blijven werken en wonen in een omgeving die herwaardeerd wordt. 
  • Er is nood aan meer kennisdeling rond hoe de beschikbare infrastructuur beschikbaar kan zijn voor kunstenaars in Brussel. Zo zou een databank met verzamelde informatie hierrond een nuttig gegeven kunnen zijn. De overheid zou hier een actieve rol in kunnen spelen. 
  • De nood aan bemiddeling is steeds voelbaar. Het probleem is dat de beschikbare en gekende bemiddelende actoren vaak handelen vanuit een commercieel belang.

Tafel 7: publiekswerking

  • Het aantrekken van een van een nieuw publiek komt vaak niet zonder uitdagingen om het bestaand publiek nog steeds even geïnteresseerd te houden. Zo is er een duidelijk belang om de communicatiestrategie aan te passen aan het publiek dat men wil aantrekken. Hetzelfde geldt uiteindelijk voor de inhoud van het programma. 
  • Binnen de organisaties zelf is het belangrijk om de rol van publiekswerkers verder te betrekken in de artistieke programmering. 
  • Ambities met betrekking tot publiekswerking concreet formuleren, benoemen en je hieraan houden in een goede strategie. Hierbij is er pleidooi voor het valideren van specifieke verbindingen en samenwerkingen voorbij de kunstensector (jeugd, algemeen cultuur, scholen, etc.). 
  • Meer kennisdeling over publiekswerking  over de verschillende huizen heen en ook duurzamer trajecten mogelijk maken, geen snelle resultaatverbintenissen. 
  • Impact van de publiekswerking zichtbaar maken door toetsbare punten. 
  • Responsabilisering van brugfiguren en dit betekent ook investeren op lange termijn. 
  • Onderwijs en kunsten meer verbinden.
Artistieke & culturele sector Beleid Culturele infrastructuur