Documentatie

Brussels Studies n°132 | Een stad tonen: Brussel en zijn subjectieve portretten

Is de overvloed aan exposities over Brussel specifiek voor de stad of een uiting van een wijdverspreide trend in de kunstwereld? Dat is de vraag die Anne Reverseau, kunsthistorica en wetenschappelijk medewerkster van het FNRS aan de UCLouvain, bezighoudt in aflevering nr. 132 van Brussels Studies. Zo wenst ze de grondslagen te leggen voor een reflectie over exposities-stadsportretten in het algemeen en een analyse te maken van de specifieke eigenschappen van exposities over Brussel als stad.

Het eerste deel van de tentoonstellingstrilogie over Brussel, voorgesteld door de CENTRALE for contemporary art, BXL Universel, is het uitgangspunt voor Anne Reverseau om te reflecteren over wat een “expositie-stadsportret” is. Die expositie van 2017 was een antwoord op de uitdaging om een stad te tonen en Brussel daarbij voor te stellen als een “creatieve thuishaven” door de continuïteit tussen zijn verleden en heden te onderstrepen en er even diverse als subjectieve portretten van te maken. De auteur toetst de door Carine Fol ontworpen expositie aan de andere exposities die de laatste jaren aan Brussel werden gewijd, en aan de recente onderzoeken over portretten van territoria.


Het beeld van “het nieuwe Berlijn”, dat werd overgenomen door vele media, waaronder een artikel in de New York Times in 2015, zit Brussel als gegoten. Nadat de stad lange tijd kampte met een tekort aan beelden, heeft ze de status verworven van een “place to be”, dankzij haar relaties met de hedendaagse kunst, haar galerieën, haar verzamelaars en de aanwezigheid van talrijke internationale kunstenaars. 

In deze context kan men vaststellen dat er steeds meer exposities over Brussel zelf worden georganiseerd. Naast de permanente expositieruimten die aan de stad gewijd zijn, zoals in het BIP of het CIVA, worden er ook steeds meer tijdelijke exposities gehouden: Silver Bliss: Portrait of a City in Argos (14 september-26 oktober 2014), BXL Universel, ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de CENTRALE (20 oktober 2016-26 maart 2017), de fototentoonstelling Bruxelles à l’infini op dezelfde plaats (26 juni-28 september 2014) of nog in BOZAR Bruxelles is een Plaizier over de Brusselse beeldbank (16 juni-17 september 2017). Brussel stond ook centraal, maar dan minder expliciet, in andere exposities, zoals Het afwezige museum in Wiels (20 april-13 augustus 2017), en eveneens in een groot aantal installaties, films of live shows die er op een of andere manier een portret van willen maken.

In haar analyse onderstreept de auteur de uitdagingen die voor elk portret van een territorium rijzen: het singuliere en het universele, verleden en heden, diversiteit en eenheid met elkaar verzoenen. Stadsportretten van Brussel leggen evenwel de nadruk op de identiteiten in beweging, de stromen en de actualiteit. Ze zijn dus wel degelijk een bijzondere expositie-portret van een stad, onder meer omdat de verhouding tussen stedelijke en nationale identiteiten zeer problematisch is in het geval van Brussel. Maar ook omdat het object van de representatie zelf de nadruk doet leggen op de blik van outsiders en op het begrip “doorkruiste stad”. Deze metafoor ligt voor de hand in een stad als Brussel, die letterlijk doorkruist wordt door treinen, via de noord-zuidverbinding, en waar een groot deel van de bevolking “passeert” of “in transit” is.

De publicatie >>>

Artistieke & culturele sector Stadsontwikkeling Toerisme