Documentatie

Bie Vancraeynest | Beter een schot voor de boeg dan vijgen na pasen

Bie Vancraeynest, projectmedewerker bij Demos en Columniste bij Mo*, schreef in eigen naam een brief naar Yves Goldstein over haar vragen, angst en raad over het Citroënproject. Lees hieronder de volledige brief, die ze schreef op 3 mei maar presenteerde (in het Frans) op het RAB/BKO Directie-overleg van 14 september. 


Beter een schot voor de boeg dan vijgen na pasen

De Brusselse Citroënsite wordt een cultuurtempel en moet “een ontmoetingsplaats voor alle Brusselaars” worden. Er worden miljoenen geïnvesteerd en er zijn zelfs afspraken met het Centre Pompidou in Parijs. Maar of dit een succesvol project wordt, zonder daar organisaties, burgerinitiatieven en bewoners bij te betrekken, is nog maar de vraag, schrijft onze Brusselse columniste Bie Vancraeynest.

35.000 vierkante meter kunst. Dat is zeven voetbalvelden. En dat aan het kruispunt waar ik dagelijks vakkundig van de sokken word gereden, aan het kanaal. Op de plek waar ik, zes hoog, van achter een tijdelijk bureau een indrukwekkend zicht heb op Laag-Molenbeek. Daar komt een nieuwe culturele pool, in de gebouwen waar nu nog Citroënwagens worden hersteld en verkocht. Dat hoorde u allicht zoemen hier en daar. Ik ook, maar verder dan gezoem sijpelde nog maar weinig door over de precieze invulling ervan. Nochtans leef ik met gespitste oren.

(Beeldende) kunst neemt een steeds grotere plek in mijn leven in. ‘Je ziet het, je begrijpt het nooit helemaal en je zegt: zo is het’.

Bernard Dewulf schreef dit over het werk van Raoul De Keyser en in drie regels vat hij daarmee subliem samen waarom kunst kijken een vorm van mentale hygiëne is. Vorige week las ik dan ook met bijzondere aandacht het interview met de artistiek coördinator van het Citroënproject in het vernieuwde Bruzz.

Ik had hem eerst bijna niet herkend, Yves Goldstein, zoals ie daar casual in een houthakkershemd op de foto staat. De voormalige kabinetschef van minister-president Rudy Vervoort ziet er ineens een pak sympathieker uit nu hij meer lijkt op mensen die ik wel eens aan een toog van een kunstinstelling tegenkom.

Het moet echt een ontmoetingsplaats worden voor alle Brusselaars’. Dat vind ik alvast een mooi uitgangspunt. Het communautaire laagje haal ik graag af van dit dossier. Mag het gewest zich met cultuur bezig houden? Dat vind ik persoonlijk geen interessante vraag.

“Wij” gaan voor het nieuwe museum in zee met Centre Pompidou uit Parijs. Allez dan. Dat is geen kattenpis. Ik ga daar eerlijk in zijn, ik kom daar als liefhebber van beeldende kunst én de lichtstad wel eens terecht. U kunt daar op dit moment gaan kijken naar een expo van Cy Twombly, het soort abstracte kunst waar ik een beetje wild van word.

Of Pompidou de juiste partner is voor de Citroën-site, dat weet ik eigenlijk niet. Dat ze daar in financieel nauwe schoentjes zitten en wij hen jaarlijks gaan betalen voor een stuk collectie en knowhow, dat lijkt me een interessant businessmodel. Voor Pompidou. 160.000.000 euro staat er voorlopig aan “onze” debetkant. Hoe de creditkant er gaat uitzien, dat is voorlopig onduidelijk maar Goldstein ziet het als zijn taak om die rekening te doen kloppen. Een goed idee is moeilijker te vinden dan centen. Ik hou wel van die mentaliteit; voor al mijn vrienden in het jeugdwerk en de culturele sector is dat routine.

Benieuwd ben ik vooral naar wat zijn visie is op de jongere bewoners uit de buurt. Die zijn met veel. Met erg veel. ‘Ik heb geen mirakelrecept, maar we zullen proberen om alle Brusselse jongeren erbij te betrekken. Door plaats te bieden aan straatspektakel of breakdance, bijvoorbeeld. (…) Voor veel jongeren is cultuur een barrière en misschien ben ik naïef, maar ik denk dat een eerste contact veel kan betekenen. Het kan hun visie op de wereld en het leven veranderen. Respect voor anderen bijbrengen, en hun horizon verbreden.’

Dat delen we alvast, Yves Goldstein en ik, het geloof in de kracht van kunst en cultuur. Ik heb ook geen mirakeloplossingen. Ik heb wel een adresboekje vol mensen die ik op regelmatige basis kleine en grote mirakels zie verrichten. Het warm water hoeft hier niet te worden uitgevonden. We hoeven in sommige gevallen niet naar het buitenland. Alles is hier al, er zijn hier al mensen bezig. Die zijn ergens in een hoekje ongelooflijke dingen aan het doen.

Met alle, in deze kolommen reeds uitgebreid betuigde, liefde voor de breakdance die ik in me heb, denk ik toch een beetje: ‘Pfff.’ 160 miljoen euro? (en dat is nog niet eens het werkingsbudget!) In de dichtbevolkte Noordwijk? Ik denk dat we niet ambitieus genoeg kunnen zijn. Dan gaan we toch straffere dingen doen dan wat straatspektakel?

De eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen dat ik zelf nog geen contact heb gehad met de mensen die bezig zijn met dit dossier. Ik ben nog niet afgewezen, en dus zeker nog niet verbolgen. Maar na bijna twee decennia in deze stad weet ik dat je beter kan gaan voor een schot voor de boeg dan voor vijgen na Pasen. ‘Wacht nog wat, tot we meer weten, voor je in actie schiet of in de pen klimt.’

Ik hoor het vaker. Ik weet inmiddels ook dat je beter op tijd kan zijn. Liefst een beetje te vroeg. Want eens een project op de rails zit, en niet bij aanvang erg duidelijk is gestipuleerd waar infrastructuur (en dus het geld) voor bestemd is, dan is het bijna niet meer mogelijk is om ergens op in te breken. Dan moet je als een getuige van Jehova je voet tussen de deur wringen.

Ik ben blij met elke overheidscent die naar kunst en cultuur gaat. Ik geloof echt in de impact die dat kan hebben op een individu, op een wijk, op een gemeenschap. Soms kijkt het alsof mensen die er professioneel mee bezig zijn, er zelf niet in geloven. Ik geloof dat een esthetische ervaring voor bijna iedereen is weggelegd, en vooral dat iedereen er recht op heeft.

Brussel is een stad die een deel van zijn bevolking spiritueel en intellectueel verwaarloost. Hetzelfde zie ik gebeuren op cultureel vlak. Cultuur is geen barrière voor jongeren. De eenzijdige kijk op cultuur, het elitaire karakter dat al dan niet moedwillig in stand wordt gehouden, dàt is de barrière. En vaak niet eens wat er getoond wordt, maar de vele hordes die je over moet om er bij te geraken.

Allicht valt er van Pompidou Parijs veel te leren, ik heb dat zelf altijd een erg toegankelijke instelling gevonden. Maar de knowhow over hoe je de jongeren van deze stad naar Citroën krijgt, die zit in de hoofden, de harten en de handen van mensen die dagelijks met jongeren creatief aan de slag gaan. Als dit de nieuwe ontmoetingsplaats van alle Brusselaars moet worden, dan gaan die iets in de pap te brokken moeten hebben.

Lasso is dezer dagen met het project ‘Move It Kanal’ als een bezetene bezig om te onderzoeken hoe het zit met de cultuurbeleving van jongeren in de Kanaalzone. Ze bevragen jongeren, jeugdwerkers en cultuurwerkers in de ruime perimeter rond de Citroënsite. Daar valt goud te rapen. Maar er zit ook massa’s expertise bij Allee Du Kaai, D’broej, JES, Bronks, Circus Zonder handen, Citylab, Beursschouwburg, Ras El Hanout, de Vaartkapoen, Foyer et j’en passe.

Je hebt in deze stad ontelbare jongeren met onstilbare culturele dorst. Chiraz, bijvoorbeeld. Ik vraag haar wat zij zou doen als zij het daar voor het zeggen had. Ze zou eerst en vooral zichzelf aanwerven. ‘Ik woon in de buurt, ik hou enorm veel van kunst.’ Ze is vrijwilliger bij Kunstenfestivaldesarts, werkt aan haar eigen prille artistieke werk bij Transfo Collect en is opgegroeid aan Sainctelette. ‘Ik zou met de kunst van deur tot deur gaan. Ik zou op alle brocantes van Brussel ‘un emplacement’ huren en er met een minimuseum gaan staan. En heel veel evenementen en feestjes organiseren…’ En toen kwamen er nog zes ideeën.

De Citroënsite is een kans voor jongeren om een nieuw stukje Brussel te verbeelden…

De tijd dat je zo’n investering kan doen in de stad Brussel, zonder daar organisaties, burgerinitiatieven en bewoners bij te betrekken, die ligt achter ons. Dat weten Goldstein en co allicht. Maar ik herinner hen er graag aan, voor de aardigheid.


PERSOVERZICHT

"Beter een schot voor de boeg dan vijgen na pasen", Bie Vancraeynest, mo.be, 03/05/17

Artistieke & culturele sector Culturele infrastructuur Diversiteit Stadsontwikkeling