Onderzoek: The Cultural and Creative Economy in the Brussels-Capital Region

Zowel internationaal, nationaal, als regionaal groeit de belangstelling bij politici en beleidsmakers voor de rol en betekenis van de Culturele en Creatieve Sectoren (CCS) in de bredere economische en maatschappelijke groei en ontwikkeling. Ook in het beleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) kan deze toenemende aandacht worden vastgesteld, hoewel er zeer weinig onderzoek naar wordt gedaan. Onderzoekers aan de VUB en HKU Utrecht maakten een uitgebreide mapping study naar de economische waarde van deze sector.


Mauri, C. A., Vlegels, J., Lucy, A., Lazzaro, E., Ysebaert, W. (2017) 'The Cultural and Creative Economy in the Brussels-Capital Region', Brussels: VUB

Samenvatting van de mapping study

Zowel internationaal, nationaal, als regionaal groeit de belangstelling bij politici en beleidsmakers voor de rol en betekenis van de Culturele en Creatieve Sectoren (CCS) in de bredere economische en maatschappelijke groei en ontwikkeling. Ook in het beleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) kan deze toenemende aandacht worden vastgesteld. In tegenstelling echter tot de beide andere regio’s is het aantal studies aangaande de rol en betekenis van de CCS voor de metropool Brussel beperkt. Onderhavig rapport, gemaakt in opdracht van de Minister van Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vormt aldus de eerste gedetailleerde analyse van het economisch belang van de CCS het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarin, via een aantal economische indicatoren, tien deelsectoren diepgaand worden geanalyseerd en - ook letterlijk - in kaart gebracht. De specifieke situatie in en van het BHG wordt vergeleken met zowel het Waals als het Vlaams Gewest, en tevens worden trends en evoluties in kaart gebracht voor de periode 2005 tot 2014. Het resultaat vormt een eindrapport hetwelk beoogt een voldoende zicht te bieden aan de beleidsmakers wat betreft enerzijds het belang van de CCS, de interne differentiatie en de evoluties in en van de verschillende deelsectoren, en anderzijds

de verhouding van de CCS in het tot de globale economie van het Gewest, alsook tegenover de CCS in het Vlaams en Waals Gewest. Het rapport concludeert met een aantal suggesties voor wat betreft data-governance aangaande de CCS en mogelijke toekomstige analyses.

• De economische indicatoren die in dit rapport dienen als basis voor de analyse, zijn:

– de omvang en populatie van de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren)
– de omzet van de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren)
– de toegevoegde waarde van de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren)
– de tewerkstelling in de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren), met tevens een blik op de creatieve tewerkstelling buiten de CCS

• De CCS wordt in het rapport gedefinieerd als bestaande uit de volgende tien deelsectoren:

– Podiumkunsten en uitvoerende kunsten
– Mode
– Design
– Pers en geschreven media
– Bibliotheken, Openbare Archieven, Musea en Exploitatie
en Erfgoed
– Fotografie
– Detailhandel in kunstontwerpen en antiquiteiten
– Audiovisuele sector
– Reclame en publiciteit
– Architectuur

De omvang en populatie van de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren):

• In 2014 waren er 13.654 bedrijven actief in de CCS, wat een aandeel betekent van 14,5% van het totaal bedrijvenaantal in Brussel. Dit aandeel is aanzienlijk hoger dan in het Vlaanderen (10,4%) of Wallonië (9,7%), maar tegelijkertijd wordt in Brussel een grotere daling vastgesteld sinds 2008 dan in beide andere gewesten.

• Een aanzienlijk aantal van de bedrijven in de CCS in Brussel betreffen zelfstandigen, met name 39,5%, daar waar dit in de andere economische sectoren slechts 30% is.

• De drie grootste deelsectoren in Brussel zijn, wat het aantal bedrijven betreft, Architectuur (22% van het totaal), Mode (20%) en Pers en geschreven media (14%). Wallonië biedt hetzelfde beeld, daar waar in Vlaanderen de Podiumkunsten en uitvoerende kunsten groter zijn dan Pers en geschreven media. Brussel onderscheidt zich vooral van de beide andere gewesten voor wat betreft de omvang van de Audiovisuele sector en Reclame en publiciteit.

• Geografisch concentreren de bedrijven zich algemeen in een boog ten noordwesten van het centrum Sint-Gillis en Elsene, doch er kan worden vastgesteld dat er een grote interne differentiatie is.

De omzet van de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren):

• De volledige omzet van de CCS in Brussel bedroeg in 2014 10 miljard Euro, wat een aandeel van 3,8% betekent van de totale omzet van de Brusselse economie. Dit is vergelijkbaar voor Vlaanderen en Wallonië.

• Sinds 2005 wordt een daling van dit aandeel vastgesteld die groter is in Brussel dan in de beide andere gewesten. 

• Mode (34%), Reclame en publiciteit (23%) en de Audiovisuele sector (18%) zijn de drie grootste deelsectoren wat omzet betreft.

• De omzet in de Modesector in Brussel is gedaald, daar waar deze stijgt in de beide andere gewesten. Anderzijds is de omzet per capita in deze sector in Brussel nog steeds dubbel zo hoog als in Vlaanderen, wat het belang van de sector illustreert.

De toegevoegde waarde van de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren):

• De toegevoegde waarde van de CCS in Brussel bedroeg in 2014 2,8 miljard Euro, wat een aandeel van 4,3% betekent van de totale toegevoegde waarde van de Brusselse economie. Dit aandeel is significant hoger in Brussel dan in Vlaanderen (2,9%) of Wallonië (2,5%).

• Sinds 2008 kan een daling van dit aandeel worden vastgesteld met 0,5%, daar waar de andere gewesten een grotere stabiliteit vertonen.

• De Audiovisuele sector (33%), Reclame en publiciteit (17%) en Podiumkunsten en uitvoerende kunsten (17%) vormen de belangrijkste deelsectoren wat toegevoegde waarde betreft. In beide andere gewesten daarentegen zijn Mode en Pers en geschreven media de grootste deelsectoren die gezamenlijk een aandeel van meer dan 50% vertegenwoordigen.

De tewerkstelling in de CCS (algemeen en verschillende deelsectoren), met tevens een blik op de creatieve tewerkstelling buiten de CCS:

• In 2014 stelden de CCS 32.200 mensen tewerk, wat een aandeel betekent van 4,7% van de totale actieve bevolking in Brussel. Dit aandeel is aanzienlijk lager in Vlaanderen (3,8%) en Wallonië (3%).

• Ook hier kan sinds 2008 in Brussel een daling worden vastgesteld (12%), waar de beide andere gewesten opnieuw een grotere stabiliteit vertonen.

• Mode (27%), de Audiovisuele sector (20%) en Podiumkunsten en uitvoerende kunsten (12%) zijn de belangrijkste deelsectoren. In Vlaanderen en Wallonië zijn dit Mode en Pers en geschreven media. Vooral de tewerkstelling in de Audiovisuele sector en in Reclame en publiciteit is hoog in Brussel wanneer dit wordt vergeleken
met de andere gewesten.

• De verschillende deelsectoren tonen een grote differentiatie wat verlies van tewerkstelling betreft. Vooral de sector Pers en geschreven media werd hard getroffen (een verlies van 34% VTE).

• Voor wat betreft de tewerkstelling van vrouwen, voltijds en deeltijds tewerkstelling en toegevoegde waarde per werkend individu kan eveneens een grote differentiatie tussen de verschillende deelsectoren worden vastgesteld.

De CCS in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tonen significante verschillen met Vlaanderen en Wallonië, waarbij omvang, toegevoegde waarde en tewerkstelling aanzienlijk hoger zijn in Brussel dan in de andere gewesten. Anderzijds vertonen de CCS in Vlaanderen en Wallonië een grotere stabiliteit. Deze conclusies moeten echter in acht nemen dat de CCS een grote interne differentiatie vertonen. Architectuur, Design, de Audiovisuele sector en Reclame en publiciteit vertonen bijvoorbeeld een grotere weerbaarheid - en dit zijn precies de sectoren met
een hogere toegevoegde waarde per capita en die voorzien in kwalitatief hoge tewerkstelling. Niet alle sectoren zijn onderhevig aan dezelfde trends en invloeden, zoals in het rapport uitvoerig wordt geïllustreerd. Specifieke sectoren vertonen echter dermate grote transformaties dat een meer geconcentreerde aandacht noodzakelijk blijkt. Tenslotte illustreert het rapport de geografische spreiding van de CCS, waaruit opnieuw de differentiatie tussen de deelsectoren blijkt. 

Lees hier het volledige onderzoek (in het Engels) >>>

Artistieke & culturele sector Economie Tewerkstelling