Brussels Parlement | Vraag ivm kandidaatstelling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als culturele hoofdstad van Europa 2030

Op de vergadering van 16 november 2016 ondervoeg Gaëtan Van Goidsenhoven (MR) de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Rudi Vervoort, over "de officiële aankondiging van de kandidaatstelling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als culturele hoofdstad van Europa 2030". Bekijk hier een samenvatting van de vragen en antwoorden, en een link naar het volledige verslag. 


Van Goidsenhoven wees Vervoort erop dat hij tijdens het Brussels Creative Forum de kandidatuur van het Brussels Gewest als culturele hoofdstad van Europa 2030 had aangekondigd. Hij vroeg dus naar een stand van zaken en de vootuigang van het vele voorbereinde werk waarover de minister-president toen had gesproken. Enkele vragen: 

"Hebt u een studie besteld naar de gevolgen en verplichtingen van dit soort procedures?"
"Overlegde u met de organisatoren van Bergen 2015 om een beeld te krijgen van de verplichtingen die met de indiening van een Brusselse kandidatuur gepaard gaan?"
"Stelde de regering een actieplan op? Kunt u de grote lijnen daarvan schetsen? "

Verder stelt Van Goidsenhoven ook vragen over hoe de culturele sector zal betrokken worden, hoeveel middelen er zijn om de eerste faze van de kandidatuur te realiseren en wat de volgende stappen zijn. 

Ook Caroline Persoons (DéFI) laat zich tijdens de vergadering horen met enkele vragen en opmerkingen. Ze wijst op de vele uitdagingen en moeilijkheden die gepaard gingen met Brussel 2000, en vraagt om hier zeker rekening mee te houden voor de komende kandidatuur. Daarnaast vraagt ze naar de rol van het Gewest en wil graag weten dit onderwerp ter sprake kwam tijdens de Interministriële Conferentie (IMC) Wetenschap en Cultuur.

Persoon vraagt zich af hoe de financiering zal gebeuren, hoe Vervoort de samenwerking met de sector ziet en wat er na het culturele jaar met alle initiatieven zal gebeuren. 

"Een belangrijk element is het budget dat eventuele partners ter beschikking stellen. Uitgaven voor cultuur wegen zwaar door in de begrotingen van de gemeenten en andere bevoegde instanties, die er gezien de economisch moeilijke tijden in snoeien. Bent u van plan om bij de Europese Investeringsbank (EIB) een subsidie aan te vragen?"
"De vraag is wat er na het culturele jaar nog zal overblijven van de vele initiatieven."

"Het gewest moet doelstellingen vooropstellen en overwegen hoe het de Brusselaars en de culturele verenigingen bij het project wil betrekken. Een samenwerking met de spelers op het terrein kan het verschil maken. Hoe ziet u die samenwerking?"

Minister-president Rudi Vervoort probeert zo goed mogelijk op de vragen te antwoorden, hoewel hij nog niet veel concrete informatie kan meedelen. Hij laat weten dat de regering al op 17 oktober 2016 besliste om de kandidatuur in te dienen, vooral om de stad opnieuw te laten bruisen als culturele hoofdstad en om een langetermijnvisie te ontwikkelen met de verschillende overheden. Verder wijst hij op het feit dat 2030 een belangrijke datum is: 

In 2030 viert België overigens zijn tweehonderdjarige bestaan. Daar heb ik tijdens de IMC Wetenschapsbeleid en Cultuur op gewezen. Het is een signaal van de hoofdstad aan het hele land, een boodschap die het Brusselse overstijgt. Zo denken we eraan om een samenwerking op te zetten met een Vlaamse en een Waalse stad, om te tonen dat Brussel als Belgische, internationale en Europese hoofdstad over haar grenzen heen kijkt.

Over de samenwerking met de sector zegt hij het volgende: 

We mogen het rijke aanbod van de Brusselse culturele sector niet links laten liggen als we
willen dat de Brusselaars zich achter het evenement scharen. We moeten bij de basis
beginnen en mogen geen bling-blingprogramma doordrukken dat alleen de gevestigde waarden
toont. Dan dreigen we ons doel voorbij te schieten.
De dynamiek is al aanwezig en het Réseau des Arts à Bruxelles/Brussels Kunstenoverleg
(RAB/BKO), de Brusselse Museumraad (BMR) en het overlegplatform van de culturele centra
hebben er maar op in te pikken. Zij kregen overigens als eersten te horen dat Brussel zich
kandidaat stelt. 

Over concrete actie's die al ondernomen werden en de plannen, zei hij het volgende: 

De regering nam enkele beslissingen voor de korte termijn. Zo zal visit.brussels een haalbaarheids- en impactstudie uitvoeren naar de gevolgen op economisch, toeristisch, sociaal en werkgelegenheidsvlak. Er komt ook een externe juridische studie naar de op te richten structuur. Alle Brusselse spelers moeten daarbij betrokken worden, waaronder de gemeenten. Alle krachten moeten gebundeld worden. 
Op mijn voorstel droeg de regering mij op om een wetenschappelijk comité op te richten, dat ik zo representatief en legitiem mogelijk zal samenstellen. Op de lange termijn is dat een onmisbare stap.

Aangezien het om een langetermijnproject gaat, zal ik binnenkort een 'regisseur' aanstellen die het dossier moet volgen. Ik zal binnen de Brusselse netwerken naar de juiste persoon op zoek gaan.

Lees hier het volledige verslag van de parlementaire vergadering >>>

Beleid Europa